Column Henk Camping d.d. 1 februari 2012.
Het eind van een tijdperk.
Vanaf 2 februari is voor ’t Hoogt de volledige digitalisering van de projectie een feit. Meer dan 100 jaar was de drager voor film een ‘plastic’ strook waarop per seconde film 24 beeldjes waren geprint en die met tandwieltjes tussen lamp en lens werden getransporteerd waarmee beweging werd gesuggereerd.
Vanaf 2012 zullen in heel Nederland nullen en enen op de harde schijf van een computer het beeld genereren en komt er een eind aan het mechanische tijdperk. Het is na de introductie van de geluidsfilm en de kleurenfilm de grootste technische verandering in de filmgeschiedenis. Het zal zorgen voor een prachtig beeld, zonder de kabels en de regen die vooral veel oudere 35mm filmprints vertonen. Verder staat het beeld echt stil en hoort u achter of boven u niet meer het geratel van de projector. Alleen in onze grote zaal staan naast de digitale projector nog twee 35mm filmprojectoren. Niet uit nostalgische overwegingen, maar omdat ’t Hoogt nu eenmaal gewend is om veel speciale programma’s te maken en wij zullen daarvoor regelmatig een beroep moeten doen op filmarchieven die nog lang niet al hun materiaal digitaal beschikbaar hebben.
***
Column Henk Camping d.d. 1 december 2011.
’t Hoogt viert dit jaar de Kerst met een interessante kostuumfilm over de familie Mozart, gemaakt door de familie Féret.
Leopold Mozart reisde van 1763 tot 1766 langs belangrijkste hoven van Europa en bezoekt met zijn talentvolle zoon Wolfgang Amadeus en zijn oudere zus Nannerl ook het hof in Versailles. René Féret maakte over die reis en dat bezoek de film Nannerl, la soeur de Mozart, met zijn dochter Marie in de rol van Nannerl en zijn dochter Lisa als prinses Louise. Twee trotse vaders.
Maria Anna Mozart, liefkozend Nannerl genoemd, was minstens zo talentvol als haar vijf jaar jongere broer Wolfgang Amadeus. Toch is over haar veel minder bekend. Ze componeerde, speelde viool, klavecimbel en pianoforte, maar moest toen ze wat ouder werd genoegen nemen met een rol op de achtergrond. Vioolspelen en componeren was in 1763 een bezigheid voor mannen en niet voor vrouwen.
Van de composities van Nannerl Mozart is niets bewaard gebleven. Marie-Jeanne Serrero nam met groot succes de taak op zich muziek te schrijven die van de zus van de grote Wolfgang Amadeus geweest had kunnen zijn. (http://www.nannerllasoeurdemozart.com/musique.htm)
De film geeft in fraaie kostuums en op prachtige locaties (o.a. het paleis van Versailles) een fascinerend beeld van de mannenwereld van de 18de eeuw. Ondanks de heersende opvatting ziet Nannerl op het hof van Versailles haar kans schoon om haar talent toch te tonen. Nadat ze bevriend is geraakt met prinses Louise krijgt ze de kans de Dauphin (de kroonprins) te ontmoeten…
En als ik dan eerder al schreef dat over Nannerl niet veel bekend is, dan mag u rustig aannemen dat belangrijke delen van de film door Féret zelf bedacht zijn. Ik zie het niet als geschiedvervalsing, maar als een reconstructie, als een verbeelding van een mogelijke werkelijkheid.
***
Column Henk Camping d.d. 1 november 2011
De hele specifieke programmering van ’t Hoogt stelt bezoekers wel eens op de proef. Gekscherend zeg ik zelf wel eens dat we ‘films vertonen die mensen niet willen zien’. Als ik het positiever zeg dan spreek ik van de vertoning van ‘films waarvoor wij een publiek moeten zien te vinden’ omdat dat publiek nog niet bestaat.
In december pas gaan we het meesterwerk Turin Horse van de Hongaar Bela Tarr vertonen. De film werd met vijf sterren bekroond door de recensenten van zowel NRC als de Volkskrant. De film won de zilveren beer van het festival van Berlijn en ik zag hem kortgeleden in het Filmmuseum EYE in Amsterdam. De man voor mij bestelde bij de kassa twee kaartjes voor ‘die film waarin niets gebeurt’. Dat is wel erg kort samengevat voor een film die eigenlijk gaat over het einde der tijden.
Een andere krachtpatser die ons kijken op de proef stelt is de Fransman Bruno Dumont. Wij hebben in ’t Hoogt al zijn films vertoond, dankzij de moedige aankopen van filmdistributeur Contact Film. Met zijn eerste film La Vie de Jezus kiest hij partij voor de treurige noordelijke regio van Frankrijk en hij doet dat weer met L’humanité. Hij plaatst vragen over goed en kwaad, over het binnenste van de menselijk ziel in het centrum van zijn films. Dat deed hij ook in zijn ‘bijna-adaptatie’ van het klassieke verhaal van Hadewijch, een onderzoek naar de rol van religie in ons leven. Hij brengt dat zonder enig compromis in beeld; seks en geweld als twee zijdes van dezelfde medaille. In Twentynine Palms bedrijven zijn hoofdrolspelers de echte liefde in de overweldigende kaalte van de woestijn.
’t Hoogt draait vanaf 3 november zijn nieuwste film Hors Satan. Het is de adembenemende schoonheid van de Côte Opal in het uiterste noorden van Frankrijk die het decor vormt voor deze vreemde en verwarrende film. Een mysterieuze zwerver waant zich heer en meester over leven en dood en neemt het op voor een wat uit de toon vallend meisje. Adembenemend, onontkoombaar en vooral een kijkervaring die je bij blijft. En oh ja, de distributeur Contact Film bracht ook de geweldige documentaire Etre et Avoir uit. Een garantie voor kwaliteit!
***
Column Henk Camping d.d. 3 oktober 2011
Beste Filmliefhebber,
Ik schreef de afgelopen maanden regelmatig over bezuinigingen en de effecten daarvan op de kunstwereld.
Nu gaat het over hoe de bezoeker van ’t Hoogt kan bezuinigen, want een bezoek aan ’t Hoogt wordt GOEDKOPER! Althans, wanneer u uw kaartjes via onze website koopt en thuis uitprint. U bent dan steeds een hele euro goedkoper uit EN ’t Hoogt neemt de kosten van de internettransactie voor zijn rekening.
Om de kaartverkoop via het internet te stimuleren hebben wij de prijs voor de aanschaf van een kaartje via internet verlaagd en aan de kassa verhoogd. We volgen daarmee de algemene trend dat (kaart)verkoop aan de kassa duurder is. Dat geldt zowel voor de NS en Transavia, als ook voor onze collega Pathé.
Zo willen wij voorkomen dat de bezoeker moet bezuinigen door minder te gaan. Wij blijven namelijk voortdurend doorwerken aan aantrekkelijke programma’s. Zo gaan we vast een beetje oefenen voor onze toekomstige samenwerking met de Bibliotheek Utrecht als ’t Hoogt hopelijk gaat verhuizen naar het Smakkelaarsveld. In het kader van Nederland Leest, krijgen leden van de Bibliotheek een speciale uitgave van Het Leven is Vurrukkulluk van Remco Campert cadeau. En ’t Hoogt vertoont in die periode twee films op basis van het werk van Campert: Het Gangstermeisje van regisseur Frans Weisz en het vierluik Alle Dagen Feest van de regisseurs Ate de Jong, Orlow Seunke, Otto Jongerius en Paul de Lussanet. Leden van de Bibliotheek krijgen het tweede kaartje gratis op vertoning van het boek aan de filmkassa. Mijn conclusie: zo wordt ’t Hoogt VURRUKKULLUK.
Henk Camping
Directeur Filmtheater ‘t Hoogt
***
Column Henk Camping d.d. 5 september 2011
Beste Filmliefhebber,
De kunst-bezuinigingsplannen van dit kabinet houden de gemoederen nog steeds bezig. Tijdens het jaarlijkse kunstdebat in Paradiso, waarmee de Uitmarkt wordt afgesloten, werden pogingen gedaan om met voornamelijk economische argumenten voor een andere aanpak te pleiten. Zo werd de combinatie van bezuinigen (in feite een opdracht om zelf meer geld te genereren) en verhoging van de BTW op kunstactiviteiten (die dat verhogen van de eigen inkomsten frustreert) onwenselijk geacht. Ook de overhaaste invoering van de bezuinigingen werd genoemd als een niet te nemen hobbel. Te weinig tijd om de sector te hervormen, want herstructurering heeft tijd nodig.
Berenschot heeft becijferd dat de € 200 milj. bezuiniging van het Rijk leidt tot een verlies van in totaal € 1 miljard. (www.berenschot.nl/paradiso2011). Het theateraanbod daalt significant en nu al is sprake van 14% minder kaartverkoop. De vertegenwoordiger van de Atlas voor Gemeenten berekenden de waarde van cultuur op verrassend creatieve wijze (zie www.atlasvoorgemeenten.nl). Met name de zgn. optiewaarde was verrassend. Men woont in Utrecht en heeft de optie gebruik te maken van het culturele aanbod in de stad, ook als men er geen gebruik van maakt. Wonen in Utrecht is daardoor aantrekkelijk en daarom zijn de huizenprijzen in Utrecht hoger dan in Goes. Net als een huis met een tuintje op het zuiden duurder is dan hetzelfde huis met een tuintje op het noorden. Je hebt namelijk de mogelijkheid om in je tuin in de zon te zitten, ook als het de hele zomer regent. Als Henk en Ingrid dat geweten hadden, zouden ze wel anders gestemd hebben, was de conclusie.
Voormalig subsidieverstrekker en hoofdambtenaar bij OCW/Cultuur, Pim van Klink, introduceert het begrip subsidieverslaving en wijst er in NRC van 31 augustus 2011 op dat de eigen inkomsten van culturele instellingen te laag zijn. In een matrix geeft hij aan wie subsidieverslaafd is (meer subsidie en minder bezoek) en wie juist ondernemend is (meer eigen inkomsten en meer bezoek). Hij pleit voor het Engelse subsidiesysteem waarbij van culturele instellingen een eigen inkomsten van 50% wordt verwacht (Nederland 21.5%).
Toch kom ik maar weer terug op wat ik in juli schreef; het gaat er om de maatschappelijke relevantie aan te tonen. Wij moeten als culturele instellingen betekenis hebben voor de maatschappij. Al het rekenwerk van Berenschot en de Atlas ten spijt.
Henk Camping
Directeur Filmtheater ‘t Hoogt
***
Column Henk Camping d.d. 6 juli 2011
Beste Filmliefhebber,
De vorige maand heb ik in mijn maandelijkse column willen betogen dat het ons – de culturele sector – kennelijk ontbreekt aan overtuigende argumenten om de bezuinigingen van niet minder dan € 200.000.000,- af te wenden. Ook dat we die argumenten wellicht moeten zoeken in het maatschappelijk belang van de kunsten. De kunstensector zal maatschappelijker moeten ondernemen.
Tijdens mijn afgelopen vakantie bezocht ik het Museum voor Moderne Kunst in Santiago de Compostella. Daar las ik op een muur de volgende tekst: Art is our heritage. Ik moest denken aan de Taliban die in Afghanistan die twee reusachtige in de rotsen uitgehouwen Boedha-beelden van Bamyan, ondanks alle dringende verzoeken vanuit de hele wereld, met dynamiet opbliezen. Wat zij opbliezen was zo’n belangrijk stuk erfgoed. Het voert te ver om de onevenredige bezuinigingen, die uiteindelijk boven de 20% zullen uitkomen, te vergelijken met de desastreuze actie van de Taliban. Het is zelfs grotesk, maar… het is wel heel verleidelijk dat toch te doen. We kunnen immers de schade die deze bezuiniging aanrichten nu al lezen in de krant (NRC 4 juli 2011): een terugval van de kaartverkoop voor het komende seizoen (5% bij de Schouwburg in Haarlem, als gevolg van de BTW verhoging) en een terugval in het aanbod die oploopt tot 20%, volgens de VSCD. Dit is vrees ik pas het begin, want met de afschaffing van de zogenaamde productiehuizen zal het totale aanbod van het kleinschalig theater verdwijnen. En ja, mijn naamgenoot en Ingrid kunnen inderdaad gewoon naar de Toppers en André Rieu. Die zijn toch al jaren niet gesubsidieerd!
Juist in het huidige tijdsgewricht waarin creatieve oplossingen gevonden moeten worden voor grote financiële en maatschappelijke problemen, wordt op de creativiteit en de verbeelding in de maatschappij bezuinigd. Het is als het afstoten van de R&D afdelingen van Philips, Shell en Akzo. Het is het wegsnijden van de fantasie in ons leven.
Als er over de hele breedte bezuinigd moet worden zal de kunstsector daar haar steentje aan moeten bijdragen, maar we moeten er voor vechten dat het proportioneel gebeurt.
Ik verwijs u graag naar de toespraak die Ramsey Nasr, dichter des Vaderlands hield tijdens de Mars der Beschaving. Luistert u nog maar een keer naar zijn, wellicht iets te emotionele, oproep aan Rutte.
Met vriendelijke groet,
Henk Camping
Directeur ‘t Hoogt
»
Column Henk Camping dd 1 juni 2011
Nog maar eens iets gezegd over de tomeloze bezuinigingsdrift op cultuur die dit kabinet ons in het vooruitzicht stelt. Het heeft geen zin nog eens nieuwe argumenten aan te dragen waaruit zou moeten blijken dat de bezuinigingen dom zijn, het paard achter de wagen gespannen wordt of zelfs tal van kinderen met het badwater worden weggegooid. Het heeft geen zin, want de blik staat op oneindig.
Nu ook op defensie stevig bezuinigd wordt is ons laatste, wat ouderwetse argument verdwenen. “Een F16 voor de cultuur”, was jaren geleden nog het argument om nieuw geld te vinden voor de kunsten. Maar straks hebben we én geen Leopard tanks meer én geen cultuur.
“Er gaat meer geld naar koeien dan naar kunst”, las ik laatst een tussenkop in de krant. “De musea leveren uiteindelijk meer economisch rendement op dan ze kosten”, las ik ergens anders. Waarom slaan al die argumenten niet aan?
Mijn dochter die toch is opgevoed met de VPRO, dus met de gedachte dat kijkcijfers niet belangrijk zijn, zei tijdens een discussie over dit onderwerp: “het gaat niet alleen om het cultureel ondernemen, maar tegenwoordig vooral ook om het maatschappelijk ondernemen. Je hebt maatschappelijk draagvlak nodig. Je moet er voor zorgen dat je een verhaal hebt over het maatschappelijk nut van het cultureel aanbod. Dat maatschappelijk nut kun je ook verkrijgen zonder te populariseren, zonder platvloers te worden.”
Ik heb niet de indruk dat de Culturele sector niet maatschappelijk bezig zou zijn, al denk ik wel dat we ons dat te weinig realiseren en het te weinig als kwaliteit uitdragen. Het gaat dan dus over een nieuwe, andere manier van denken; over de inspanning om de maatschappelijke relevantie van de opera Orfeo in de tuin van Paleis Soestdijk of de Griekse film Attenberg in ’t Hoogt te verduidelijken.
Tjonge, dat zal niet meevallen, maar ik heb het vermoeden dat “maatschappelijk ondernemen” in een tijd van forse bezuinigingen wel eens essentieel zou kunnen zijn.
Met vriendelijke groet,
Henk Camping, directeur Filmtheater ‘t Hoogt.
»
Column Henk Camping dd 3 mei 2011
Voor het eerst in meer dan 25 jaar ga ik dit jaar niet naar het filmfestival in Cannes. Vrees niet, ’t Hoogt is daar wel degelijk vertegenwoordigd, maar dit jaar alleen door Flavieke de Coninck, de programmeur van ‘t Hoogt. Dat heeft zo zijn redenen.
Enerzijds een beetje een snobische reden; ik heb het daar wel gezien. Het is immers niet alles goud dat er blinkt. Het is ook veel gebakken lucht. De hotels zijn in eens drie keer zo duur en de restaurants serveren halve porties voor de dubbele prijs. Vorig jaar had ik me al voorgenomen niet langer naar Cannes te gaan toen ik merkte dat mijn favoriete restaurants ineens van eigenaar veranderd waren. Alles veranderde en niet in de best denkbare zin. Ik ging pas weer twijfelen aan het voornemen thuis te blijven toen ik voor het Palais de Festival die vertrouwde hese stem hoorde van de verkoper van de krant Libération. Sinds jaar en dag staat hij daar en roept dan “Libé, Libé, demandez Libé!”. Ik draaide mij om en zei tegen hem in mijn beste Frans”Heureusement vous êtes toujours là” (Gelukkig bent u er nog steeds). Hij glimlachte alsof hij het begreep.
De belangrijkste reden is echter dat ik juist in deze periode volledig beschikbaar wil zijn om alle noodzakelijk informatie te verstrekken die nodig is in de politieke besluitvorming omtrent onze nieuwe huisvesting met de Centrale Bibliotheek op het Smakkelaarsveld. Er wordt toegewerkt naar een besluit in de Raadsvergadering op 28 juni. Nog even geduld dus.
Met vriendelijke groet,
Henk Camping, directeur Filmtheater ‘t Hoogt.
»
Thriller tergt kijker tot het uiterste
AURORA
Roemenië, 2010 | Cristi Puiu
Die ogen van een moordenaar. Dat was het beeld dat was blijven hangen. Bij het terugzien van de Roemeense thriller aurora blijken die ogen zelden in beeld te zijn. En toch, als ik aan de film denk, wat zie ik?
Voor aanvang van de première in Cannes verontschuldigt Puiu zich. “De film is veel te lang geworden. Sorry.” The Hollywood Reporter verzuchtte een dag later dat er een wedstrijdje gaande is tussen Roemeense cineasten. “Hoe lang kun je het publiek vervelen?” En inderdaad, tijdens de drie uur die aurora duurt, is het onmogelijk om de kwaliteit van de stoel waarop je zit niet tot je door te laten dringen. Een plot is er wel. Maar een dunne. En toch duurt de film geen seconde te lang.
Een man, gespeeld door Puiu zelf, scharrelt wat rond. Wat deze Viorel precies aan het doen is, wordt maar langzaam duidelijk. Maar door die, daar zijn ze dan toch, door die ogen voelen we dat er iets staat te gebeuren. We zijn getuige hoe het noodlot zich tergend langzaam voltrekt. Aurora geeft je het gevoel naar een extreme slowmotion te kijken. De film geeft een geheel nieuwe dimensie aan het begrip bullit-time.
Het gevoel van onheil wordt opgevoerd als Viorel een speciaal gefabriceerde kogel gaat ophalen en even later een geweer in elkaar zet. Hij probeert het geweer uit. Hij schiet op een stapel dekens. Later richt hij de loop op zichzelf. Wie, wat, waarom, wanneer? Puiu tergt de kijker tot het uiterste. Hij gaat zelfs zover dat we aan het eind net begrijpen wie er zijn vermoord en wanneer. Maar waarom? Ik zou het nog steeds niet weten.
Trekker
Daarin schuilt de kracht van Aurora. Puiu probeert geen simplistische psychologische verklaring te geven van wat een mens doet besluiten de trekker over te halen. Alsof die er zou zijn. Daarmee slaagt aurora waar the american hopeloos faalde. Anton Corbijn probeerde met voortdurende close-ups van George Clooney in het hoofd van ‘de dader’ te kijken, een antwoord te vinden op het waarom. Maar die vraag is te direct.
Wat wel kan, is de verwarring laten zien van een man die op het punt staat een moord te plegen. Dat is wat Puiu doet. Hij observeert ‘a man on a mission’. Viorel zegt nagenoeg niets en het leven lijkt langs hem heen te gaan. Als de buren een slaande ruzie hebben staat hij erbij en kijkt ernaar. Maar het is zijn blik die hem verraadt. Hij voert iets in zijn schild.
Hoe vastberaden hij ook lijkt, we zien Voirel voortdurend twijfelen. Hij heeft al een geweer, een oud ding. Hij heeft een speciale kogel laten maken. Maar ineens, alsof het een opwelling is, koopt hij een ander geweer. Later wacht hij een slachtoffer op in een parkeergarage. Of nee, misschien is het toch beter hem in het hotel op te wachten. Die tegenstelling tussen vastberadenheid en twijfel verklapt de onrust in Viorels hoofd. Het is de verwarring die schuilgaat achter vastberadenheid die aurora zo boeiend maakt. Het is de onrust achter die priemende ogen die ik niet snel zal vergeten.
Te zien van do 19 t/m woe 25 mei 2011.
Jeroen Stout
Bron: De Filmkrant
»
Het onbenoembare gemis van de sterren
SOMEWHERE
Verenigde Staten, 2010 | Sofia Coppola
Met het superieure somewhere won Sofia Coppola vorig jaar de Gouden Leeuw in Venetië. Superieur? Ja, lees maar.
Suspended animation, kent u die uitdrukking? Stilhangen in de tijd? Het beschrijft Sofia Coppola’s melancholische vierde film somewhere, waarin we terechtkomen in de cocon van iemand die volgens de buitenwereld het leven van een koning zou moeten leiden: een Hollywoodster. Onzichtbaar afgesloten van de wereld die hem omringt.
Coppola is er niet op uit het internationale jetset-bestaan van de filmster als een zielloze hedonistische orgie te ontmaskeren. Zo eenvoudig is het niet. Verre van zelfs want somewhere is Coppola’s beste, dat wil zeggen haar meest ambivalente film sinds haar debuut. marie antoinette was teveel historisch spektakel om voldoende dramatisch momentum te krijgen, in Lost in translation was ze stilistisch nog niet zo zelfverzekerd als ze nu is en The virgin suicides was een boekverfilming. Jeffrey Eugenides had het meeste werk al gedaan.
Voor Somewhere schreef Coppola het scenario zelf. Over stilhangen in de tijd dus. Lijkt het. Want het is lastig te zeggen of de succesvolle filmacteur Johnny Marco zich ook zo voelt in z’n suite in het legendarische Chateau Marmont waar hij woont of tijdens z’n fotoshoots of z’n tripjes naar Europa. Ook al is hij in z’n eigen woorden ‘not even a person’ omdat hij wel aanvoelt dat er iets ontbreekt. Maar wat ontbreekt? Z’n dochter die bij haar moeder woont en plotseling langskomt? Ja, die ontbreekt. Maar ook weer niet.
Hollywood-adel
Coppola is bezig een oeuvre te bouwen met het filmen van wat er niet is als je al het andere al hebt. Met de leegte vastleggen, als je het pathetischer wilt stellen. Niet de vervreemding, al is dat een begrip dat in de recensies van haar films onvermijdelijk opduikt en dat veel te gemakkelijk gebruikt wordt, net als Antonioni of moderne nomaden, maar een gemis, een ondoorgrondelijk gemis. Dat is een stap verder dan vervreemding. Stelt u zich voor hoe moeilijk dat te filmen is. Probeer maar: iets laten zien wat er niet is. Coppola doet het door de spanning te zoeken tussen gebrek en overvloed, tussen de kijker laten zien dat er iets niet klopt in het plaatje en laten begeren.
Is het scenario autobiografisch omdat Coppola zelf ook in overvloed opgroeide in de schaduw van haar vader Francis Ford Coppola? Biedt het een inkijkje in de wereld van de Hollywood-adel? Saaie vraag. Is ook niet echt iets zinnigs op te zeggen. Interessanter is de cast. Stephen Dorff, misschien niet toevallig een acteur die net als Johnny Marco aan de marges van het grote succes leeft, is bijna afwezig in z’n rol. En dat moet ook. Een mooi moment in de film ontstaat wanneer een ex tijdens een gezamenlijke fotoshoot iets beledigends zegt maar de woorden hem totaal niet raken. Hij luistert wel maar het komt niet aan. Want Johnny Marco is altijd ergens anders, somewhere. Onaanraakbaar. Tenzij z’n dochter in de buurt is maar ook dan heeft hij moeite om z’n hoofd erbij te houden. Misschien is het sterrenleven toch teveel een droom waaruit het maar niet lukt om wakker te worden.
Wat Coppola hier doet is knap. Ze laat leegte voelen — en zien, want waar Marco is, is het zelden druk — en tegelijk verleidt ze ons met de luxe van zijn bestaan. En speelt ze met het verlangen naar roem en de deal met de duivel die we ervoor zouden maken. En dat is iedere keer weer ontnuchterend. Want ergens voorbij de regenboog moet het geluk toch compleet zijn.
Te zien vanaf donderdag 14 april 2011.
Ronald Rovers
Bron: De Filmkrant